Maurits Van Landschoot als spion

Hoe mijn vader Maurits zijn leven te danken heeft aan de Canadese en Poolse soldaten

Hoe het begon voor ‘Maurits’:

Op 1 september 1939 zal Duitsland Polen binnenvallen en zo is dit het begin van de Tweede Wereldoorlog. België voelde zich bedreigd en begint vanaf midden september 1939 vliegvelden aan te leggen, waaronder ook een vliegveld te Adegem-Maldegem. De Tweede Wereldoorlog breekt uit voor België op 10 mei 1940, met het gevolg van de start van de 18-daagse veldtocht tot 18 mei 1940. Op 27 Mei 1940 bezetten Duitse troepen het Belgische vliegveld van Adegem-Maldegem. Op 28 mei 1940 legt België de wapens neer en begint de 4 jaar lange Duitse bezetting. 

Hieronder kunt u het verhaal van Maurits Van Landschoot, geschreven door de ogen van Gilbert Van Landschoot (zijn zoon en oprichter van het museum) lezen:

Gilbert: mijn grootvader Camiel Van Landschoot had gezien dat de Duitse soldaten honger hadden en vrij agressief waren. Mijn vader Maurits en zijn broers Josef en Jules Van Landschoot brachten manden met eieren en vers gebakken brood naar de Duitse soldaten in de hoop dat de Duitsers onze familie met rust gingen laten, maar dat was niet het geval, integendeel. (de boerderij was gelegen vlak naast het vliegveld en de Duitsers begonnen zelfs de koeien te melken omdat ze zoveel honger hadden).

Vanaf 15 juni 1940 voerden de Duitsers vele bouwmaterialen aan vanuit het treinstation van Maldegem om het bestaande vliegveld te vergroten alsook het aanleggen van wegen en rioleringen en het bouwen van bunkers met luchtafweergeschut en vliegtuigloodsen.



Om al hun werk af te krijgen werden mannen opgeëist om verplicht te komen werken op het vliegveld onder begeleiding van de Duitsers. (zie foto’s hieronder van de verplichte tewerkstelling).



Mijn grootvader Camiel Van Landschoot had een boerderij met zes paarden en moesten vier paarden afstaan aan de Duitse soldaten. De paarden werden ingezet om beton en steenslag aan te voeren om de ringbaan aan te leggen rondom het vliegveld. Ze mochten twee paarden behouden en werden verplicht voedsel aan te leveren bij de Duitsers op het vliegveld tegen vergoeding.

Doordat mijn grootouders een grote boerderij hadden konden ze groenten en fruit alsook granen aanleveren voor de paarden van de Duitsers waarvoor ze vergoed werden. Ze leverden meel om brood te bakken en konden zo hun eigen ‘graanmaalderij’ behouden.
(Foto: Maurits samen met zijn broers en zussen, plukken van het aardbeienveld, Maurits staat rechtop op de foto rechts met de aardbeien.)
Foto: familie archief Hans Van Landschoot

Foto links: (van links naar rechts) Maurits – Camiel Van Landschoot (zijn vader) en zijn broers en zussen. Foto rechts: Maurits Van Landschoot was de oudste, helemaal rechts op de foto in gezelschap van zijn broers.
Foto’s: H. Van Landschoot.


Mijn vader Maurits (oudste van tien kinderen) bracht voedsel bij de Duitsers met paard en kar op het vliegveld en kon het vertrouwen van de Duitse gevechtspiloten inwinnen.

Toen de Duitse vliegtuigen uit Maldegem deel namen aan de slag om Engeland en vele Duitse vliegtuigen door de Britten werden neergehaald werden gevechtspiloten zeer depressief. Ze vroegen aan mijn vader om alcohol binnen te smokkelen om zichzelf moed in te drinken en zo werd mijn vader hun vriend. 

  • Hoge officieren vergaderden steeds in open lucht om niet te worden afgeluisterd.

Op die manier kon mijn vader gemakkelijk rond de vliegtuigen komen om ze te saboteren. Hij draaide de vijzen van de benzine aanvoerleidingen half los die door trillingen van de zware motoren verder open gingen en hierdoor neer crashten in de Noordzee. Zo kwamen er vaak vliegtuigen nooit meer terug. 


Maurits was een spion en stuurde informatie met zijn draagbare geheime zender die verborgen zat in een klein valiesje.
Maar hoe kwam mijn vader aan die alcohol voor de Duitsers?

Het valiesje werd door zijn zusje verplaatst van de ene kant van het dorp naar de andere kant van het dorp recht voor de ogen van de Duitsers hun neus. Zij dachten dat zijn zus naar school ging met haar boeken of dat ze voedsel meenam.

Meisje verplaatst spionage set aan de hoogste boom. De draden hingen in de bomen die dienden als antenne die mijn vader aan het zendtoestel aansloot en hij zou zij berichten kon doorsturen.

Maurits was een ‘kuiper’ (kuiper: personen die houten tonnen maken voor alcohol, voedsel, emmers, watertonnen, beertonnen). Hij leverde houten tonnen aan de sluik stokerijen en als vergoeding kreeg hij flessen jenever die hij doorsluisde aan de Duitse gevechtspiloten.     

Mijn vader  Maurits en grootvader Camiel waren beiden houtbewerkers, genaamd “de Kuipers”. Hiervoor hadden ze eiken-en kastanjebomen nodig.

Tijdens de bezettingstijd moest mijn vader toelating krijgen van de Duitsers om bomen te mogen kappen in de bossen van Burkel en het Drongengoed, maar de bomen waren daar niet van goede kwaliteit (deze bomen waren ringloos). Hij kreeg daarom de toestemming om bomen te gaan kappen in de bossen van Aalter, op de eigendom van de familie Bochaert-Thienpont. 

Op 8 September 1944 omstreeks 5.00u  in de morgen vertrekt mijn vader Maurits en zijn helper met paard en kar richting Aalter langs kleine binnenwegen. 

Bij Aalter-brug aangekomen was er veel controle door de “Feldpolizei” (de Duitse politie) alsook waren er Duitse troepenverplaatsingen.

Toch mochten ze doorgaan, rond 12.00u aangekomen in het bos gaan ze op zoek samen met de boswachter naar de beste kastanjebomen en beginnen deze uit te graven met spade en bijl.

Zo wordt de boom omgehakt en de stronk wordt er met een grote kerfzaag afgezaagd.

Daarna wordt de boom in stukken van twee meter gezaagd. Ondertussen hoorden ze in de verte zware gevechten van tanks en aanvallende vliegtuigen die over hen vlogen omstreeks 17.00u richting Ruiselede, maar bleven verder werken met het in planken klieven van de boomstam.

Op dat moment te Adegem waren de Duitsers op zoek naar mijn vader die ze verdacht hadden van spionage en sabotage van vliegtuigen op het vliegveld te Maldegem. Want op 7 September om 7.00u in de morgen stond de Duitse Politie voor de deur bij zijn vader (mijn grootvader Camiel) thuis. Gans de boerderij werd ondersteboven gekeerd, gans de buurt werd gecontroleerd en uitgekamt.

Mijn grootvader vertelde aan de politie: mijn zoon Maurits is bomen gaan kappen in de Aalterse bossen, maar de politie dacht dat mijn vader gevlucht was of zich verborgen hield.

Nietsvermoedend van wat er zich in Adegem afspeelde ging mijn vader en zijn vriend verder met het opladen van de planken op de kar en hoorden de gevechten aan Aalter-brug. 

Toen mijn vader vertrok en het bos uitkwam met paard en kar moest hij stoppen van soldaten die met hun handen zwaaiden en beveelden terug te keren in het bos om zich te verbergen.

Zo moest hij terug het bos in en moest hij zich verborgen houden door vreemd sprekende soldaten; het waren Poolse soldaten,  ze waren in gevecht gekomen met de Duitsers bij de vaart aan Aalter-brug, er waren daar zeer zware gevechten bezig, geratel van machinegeweren  en gebulder door kanonnen. 

Ze konden niet huiswaarts keren. ‘s Nachts tussen 11 a 12 uur wordt de Aalter-brug door de Duitsers opgeblazen en moesten daardoor drie dagen en nachten  doorbrengen in een bosschuur die ook van de familie Bockaert was. De boswachter bracht hen daar voedsel.

Mijn vader heeft daar zijn leven te danken aan de Poolse soldaten anders was hij te midden van de gevechten terecht gekomen en wellicht gesneuveld zoals vele burgers en soldaten.

Toen de gevechten stil werden in de morgen van 11 september wilde mijn vader Maurits de terugweg aanvatten maar konden de brug van Aalter niet meer over en maakten een omweg van Aalter-Brug langs het kanaal naar Hansbeke en gingen daar de brug over naar Zomergem richting Oostwinkel terug naar Adegem. Eenmaal thuis stond gans de straat in rep en roer en dacht iedereen dat ze waren omgekomen in de gevechten aan de vaart van Aalter.

De Duitse wachters die aan de boerderij stonden moesten nu hun post verlaten en sloegen op de vlucht door loeiende Duitse alarm sirenes.

De Duitsers dachten dat de Poolse soldaten gingen oprukken en een aanval vanuit het Zuiden  naar het vliegveld van Adegem doen.

Maar het waren de Canadese soldaten die ons op 11 September kwamen bevrijden vanuit het Westen. Vele Duitse soldaten zijn gevlucht over het Leopoldskanaal waardoor mijn vader zijn leven heeft te danken aan de oprukkende Canadezen.

Waren de Canadese soldaten niet vroeger beginnen aanvallen dan had de Duitse politie mijn nietsvermoedende vader opgepakt en terechtgesteld voor zijn geheime opdracht waarvan niemand iets wist, noch zijn eigen familie, noch zijn beste vrienden niet. 

Dit heeft mijn vader Maurits mij geleerd: “DAT GE MOET KUNNEN ZWIJGEN TOTDAT GE ER VAN ZWEET MAAR ALS GE DAN ZWEET MOET GE NOG KUNNEN BLIJVEN ZWIJGEN. Velen zijn ten onder gegaan doordat ze niet konden zwijgen en doordat ze werden verraden door hun eigen vrienden.  VELE VRIENDEN ZE KOMEN KEER OP KEER …….. EN PLOTS…..TOT NOOIT MEER ! 

EEN ECHTE VRIEND IS IEMAND DAT KOMT ALS ER GEEN ENKELE MENS MEER KOMT……. MAAR……. DIE WEET WANNEER HIJ KOMEN MOET EN NOOIT ONGELEGEN KOMT. 

Kort na de oorlog trouwde mijn vader Maurits Van Landschoot met Germaine Longueville en zijn hoofdberoep werd later boomhandelaar.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: